Dienstuitvoering - Genzelbahn

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dienstregeling

Dienstuitvoering op de Genzelbahn

De Genzelbahn rijdt in principe op zon- en feestdagen in de maanden april tot en met oktober. In 2017 is onze eerste rijdag al op zondag 2 april. Op de rijdagen rijden er normaal gesproken twee locomotieven, elk bestuurd door een machinist. De locomotieven zijn in principe de 01 1075-2 (DB Baureihe 01.10) en de 214.02 (BBÖ Baureihe 214). De locomotieven 023 024-1 en 18 521 staan op reserve en worden ingezet met de stoomdagen.

Verder is er voor de dienst een conducteur aanwezig. De conducteur is een vrijwillig(st)er van Nienoord Spoorwegen, het andere spoorbedrijf op het Familiepark Nienoord.

De machinisten beginnen hun dag met het controleren van de spoorbaan. De overwegen worden schoongeveegd en ook alle takken worden verwijderd van het spoor. Tegelijk is het een controle of alle wissels nog goed werken en de spoorbaan nog in orde is. Door zware regenval is het wel gebeurt dat een klein stuk spoorbaan verzakt was en er dan niet gereden kan worden. Hier zijn de machinisten ongeveer 20 minuten mee bezig, afhankelijk van het weer.

Daarna worden de locomotieven voorzien van water en kolen. Een luchtslang zorgt ervoor dat het vuur met perslucht extra wordt aangewakkerd. Dat is nodig totdat het water in de ketel kookt en een druk heeft bereikt van minimaal 2 bar. Daarna kan de stoom in de ketel het vuur zelf gaande houden en kan de luchtslang eraf. In het echt ging dat natuurlijk niet zo, maar in deze schaal (1:7) is de schoorsteen te kort om voldoende trek te hebben op het vuur. Het vuur zal dus elke keer uitgaan en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het opstoken, smeren en controleren van een locomotief duurt ongeveer een uur.

Als de locomotieven onder stoom staan, wordt er een proefronde gereden. De eerste locomotief neemt dan op de terugweg de wagons mee die in de remise staan. Deze remise is naast de overdekte speelhal te vinden, ongeveer 150 meter vanaf het station. Normaal gesproken wordt gereden met vier wagons, zodat we per rit maximaal 32 personen kunnen vervoeren. Als het weer slecht is en we weinig reizigers verwachten, dan korten we de trein in tot drie wagons. Drie wagons kunnen namelijk net onder onze overkapping staan. Bij regenachtig weer blijven de zittingen dan droog. Als de locomotief na de proefronde met de wagons op het station aankomt, kunnen de bezoekers instappen voor een ritje.

Op de meeste modelspoorbanen is het mogelijk om rondjes te rijden en kan men in principe steeds doorrijden. De Genzelbahn is hier een uitzondering op. De rit begint en eindigt namelijk op een kopstation met draaischijf. De locomotief moet na elke rit dus worden losgekoppeld, gedraaid en omgereden naar de andere kant van de trein. Om dat nu te versnellen, rijden er twee locomotieven in plaats van één. De tweede locomotief staat op het omloopspoor te wachten op de binnenkomst van de trein. Zodra de trein op het station stilstaat, wordt de eerste locomotief losgekoppeld en aan de andere kant rijdt de tweede locomotief zachtjes tegen de trein aan. Op drukke dagen kunnen we op deze manier snel weer reizigers vervoeren over onze spoorlijn.

Bijkomend voordeel van het rijden met twee locomotieven is dat op deze manier de machinisten de kans krijgen om de locomotief te onderhouden en klaar te maken voor de volgende rit. Zo moet het vuur nagekeken worden en voorzien van nieuwe kolen. Verder moet het water in de ketel en in de tender op peil worden gebracht. En als laatste is het noodzakelijk om regelmatig de ketel te spuien en de locomotief te smeren. Het zijn stuk voor stuk handelingen die de nodige tijd en aandacht vragen. En door met twee locomotieven te rijden is dat heel goed te doen.

In geval van een defect aan één van de twee locomotieven, wordt er op rustige dagen gereden met één locomotief. Dat komt gelukkig zelden voor. Wat wel regelmatig voorkomt, is dat op rustige momenten beide locomotieven voor de trein staan! Of dat een locomotief voor en een achter de trein zit. Of en wanneer dit gebeurt hangt af van de aanwezige machinisten en doen we ter afwisseling. Het is voor ons immers ook hobby.

Onze spoorbaan is enkelspoors uitgevoerd, dus in principe kan er maar één trein tegelijk onderweg zijn. Daarom staat er vaak één locomotief in het station te wachten. Daarmee is het tegelijk duidelijk voor de bezoekers dat er gereden wordt en trekt het nieuwe reizigers. Een ritje met onze trein duurt trouwens ongeveer 7 minuten. Voor het automatiseren van de keerlus in 2005 was de rijtijd iets langer, namelijk ongeveer 8 minuten.

Aan het eind van de rijdag worden allereerst de wagons weer teruggebracht naar de remise. Vervolgens wordt er telkens één locomotief boven de slakkenkuil gereden. In deze kuil laten we het vuur vallen dat nog in de locomotief brandt. Het rooster wordt daartoe onder het vuur weggehaald of weggedraaid. Als dat klaar is rijden we de laatste meters achteruit richting locomotiefloods. Daar laten we de ketel leeglopen, wat met veel geluid en stoomvorming gepaard gaat. Als laatste schuiven we de locomotieven naar binnen en sluiten we de loods af. Een rijdag is ten einde.

U heeft nu een indruk van ons spoorbedrijf. Wilt u weten wanneer wij in 2017 rijden, klik dan op deze pagina.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu