Wisselseinen - Genzelbahn

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Infrastructuur

Wisselbeveiliging bij de keerlus


In 2005 is het wissel dat toegang geeft tot de keerlus geautomatiseerd. Tot en met het seizoen 2004 was het zo dat de machinisten na het doorlopen van de keerlus het wissel vlak voor het wissel moesten stoppen, het wissel vervolgens omleggen en dan weer verder rijden. Uiteraard niet zoals het in het echt ook gaat langs de vrije baan. Vanaf 2005 legt de trein 'zelf' het wissel om. Op deze pagina kunt u lezen hoe dat in zijn werk gaat.

Om het wissel te automatiseren was het eerst nodig elektriciteit aan te leggen tot bij het wissel. Vanaf het wissel zijn er vervolgens kabels getrokken naar de plekken waar de beveiligende seinen geplaatst zijn langs het spoor. De handmatige wisselbediening die tot de automatisering in gebruik was, is vervangen door een elektrische aandrijving. Er is echter voor noodgevallen ook nog steeds de mogelijkheid om het wissel handmatig om te zetten. Sinds 2005 hebben we deze nog niet hoeven te gebruiken. Rechts ziet u de opstelling van de wisselaandrijving.

Voor we gaan rijden op de Genzelbahn schakelen we op afstand de bediening in. Daarmee wordt niet alleen de aandrijving voorzien van stroom, maar ook de seinen en de contactrails die bij de seinen in de rails zijn gemonteerd. In totaal zijn er drie seinen en railcontacten geplaatst. Eén sein staat geplaatst pal voor het wissel en geeft aan in welke richting de trein de keerlus zal gaan berijden. De andere twee staan in de keerlus en geven aan of het wissel ondertussen goed is omgelegd. In het wissel zelf zijn als laatste contacten verwerkt die controleren of de wisseltongen goed aanliggen en de trein dus veilig kan passeren. De seinen kunnen drie seinbeelden tonen, die worden hieronder verder uitgelegd.

Als de trein vanaf het station bij het wissel komt, ziet de machinist het sein staan. Dit sein kan drie seinbeelden tonen. Staat het sein op groen, dan is het wissel goed omgelegd en staat het wissel in de stand 'rechtdoor'. Staat het sein op groen/geel, dan is het wissel ook goed omgelegd en staat het wissel in de stand 'afbuigend'. Staat het sein op rood, dan is het wissel niet goed omgelegd of net geschakeld door de trein om omgelegd te worden. Rechts ziet u de verschillende seinbeelden van dit sein.

De trein is bij het passeren van het sein ook over het railcontact gereden. Het sein blijft hierbij in dezelfde stand staan. De trein rijdt in zijn geheel over het wissel en komt na een ruime treinlengte bij het sein wat voor de tegengestelde richting het wissel beveiligd. Dit sein ziet de machinist dus van de achterzijde. Bij het passeren van dit sein en het bijbehorende railcontact (ten teken dat de trein over het wissel is gereden en in de keerlus onderweg is), wordt het wissel geactiveerd en omgelegd. Daarbij staan tijdens het omleggen alle seinen even op
rood. Het sein dat bij het railcontact staat, blijft na het omleggen van het wissel ook op rood staan.

Gaat de trein bij het wissel afbuigend de keerlus in, dan komt deze eerst het sein tegen in het afbuigende spoor vanaf het wissel. De seinbeelden zijn bij deze rijrichting in de keerlus niet zichtbaar voor de machinist. Dit sein heeft twee standen voor als de trein van de andere kant komt.
Rood voor als het wissel niet in de goede stand staat voor het verlaten van de keerlus en groen/geel om aan te geven dat het wissel in de goede (afbuigende) stand ligt en veilig bereden kan worden.

De trein gaat de keerlus helemaal door en komt vlak voor het wissel het derde sein tegen. Dit sein is wel zichtbaar voor de machinist en laat zien of het wissel in de tussentijd goed is omgelegd. Het komt wel eens voor dat met slecht weer de treinwielen slecht contact maken en een railcontact niet heeft gewerkt. Dit sein kan daarom de volgende twee standen tonen: rood voor een niet goed omgelegde stand en groen voor de goede (rechtdoorgaande) stand van het wissel. Het railcontact van dit sein is op het moment van passeren uitgeschakeld, anders zou het wissel nogmaals worden omgelegd en verkeerd komen te staan pal voor de 'aanstormende' trein.

Heeft de trein de keerlus verlaten, dan rijdt deze voor de tweede keer over het railcontact bij het 'wisselsein'. Hierdoor worden alle railcontacten weer 'op scherp' gezet voor de volgende trein. Die volgende trein rijdt de keerlus in de omgekeerde richting. De machinist ziet dus het sein wat net de controle over het wissel gaf nu dus van de achterzijde en het andere sein in de keerlus nu van voren. Dat wisselt per treinrit.


Hieronder ziet u enkele afbeeldingen van het wissel en de seinen. Klik op een van de miniaturen om de foto te vergroten.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu